Online voorbereiding

Welkom bij de TeamTalk Leiderschapstraining

In deze online leeromgeving bereid je je voor op de praktijktraining. Je bekijkt zes korte video's, maakt bijbehorende opdrachten en reflecteert op je eigen leiderschapssituaties.

De antwoorden die je invult vormen de basis voor jouw persoonlijke intake en worden gebruikt tijdens de trainingsdagen. Hoe concreter jouw antwoorden, hoe relevanter de praktijkvoorbeelden waarmee we tijdens de training aan de slag gaan.

In de video's wordt soms gevraagd om dingen op te schrijven met pen en papier, maar dit mag natuurlijk ook direct in de invulvelden aan de rechterkant van elke video.

Veel succes. We kijken uit naar jouw inzichten en voorbeelden uit de praktijk!

Start met video 1 6 video's · Ongeveer 15 minuten per video, 90 minuten in totaal
Video 01

Introductie en leiderschapssituaties

Met welke praktijksituaties worstel jij momenteel? Of waar zou je aan willen gaan werken?

Waar je op let

Deze vragen helpen je om jouw drie situaties helder te beschrijven. Ze zijn een geheugensteun; je hoeft ze niet allemaal te beantwoorden.

  1. De context en omgeving
    • Organisatie: wat typeert jouw organisatie of afdeling? Denk aan een wijkteam met veel contact met inwoners, een beleidsafdeling met veel bestuurlijke druk, een zorgteam dat draait op roosters en protocollen, of een commercieel team dat op cijfers wordt afgerekend.
    • Cultuur en sfeer: hoe gaan collega's met elkaar om? Heerst er een angstcultuur, is de werkdruk te hoog, of is er juist sprake van een eilandjescultuur?
  2. De kernfiguren en rollen
    • Jij als leidinggevende: wat is je formele rol, hoeveel ervaring heb je als leidinggevende en hoe geef je nu leiding: sturend, coachend of juist afwachtend?
    • De medewerker(s): wie zijn de betrokkenen, wat is hun expertiseniveau, en hoe gemotiveerd zijn ze? Wat is hun relatie met jou?
  3. De aanleiding of het incident
    • Het moment: wat is de directe aanleiding van de situatie? Een gemiste afspraak, een meningsverschil in het teamoverleg, een klacht van een cliënt of inwoner, of aanhoudend verzuim?
    • Het gedrag: wat werd er concreet gezegd en gedaan? Beschrijf dit zo objectief mogelijk, zonder direct te oordelen.
  4. De onderliggende uitdaging
    • De kern van het probleem: waar wringt de schoen écht? Een gebrek aan onderling vertrouwen, een onduidelijke rolverdeling, of weerstand tegen een organisatieverandering?
    • Belangen en emoties: welke onuitgesproken belangen, frustraties of angsten spelen er mee bij de verschillende partijen?
  5. Het doel en de leervraag
    • Gewenste uitkomst: wat zou in deze situatie de ideale uitkomst of de gewenste reactie van de leider zijn?
    • Concrete leervraag: tegen welk dilemma loop jij specifiek aan? Bijvoorbeeld: "Hoe spreek ik deze senior medewerker aan zonder de motivatie te verliezen?" of "Hoe bewaak ik de grens tussen empathie en prestatie?"

Jouw opdracht

Beschrijf drie leiderschapssituaties uit je eigen praktijk. Deze drie situaties gebruik je in alle volgende video's, dus neem er de tijd voor. Noem geen namen van collega's, cliënten of inwoners; een beschrijving als "een ervaren collega" is genoeg.

Situatie 1 Nog leeg
  • De context en omgeving
  • De kernfiguren en rollen
  • De aanleiding of het incident
  • De onderliggende uitdaging
  • Het doel en de leervraag
Situatie 2 Nog leeg
  • De context en omgeving
  • De kernfiguren en rollen
  • De aanleiding of het incident
  • De onderliggende uitdaging
  • Het doel en de leervraag
Situatie 3 Nog leeg
  • De context en omgeving
  • De kernfiguren en rollen
  • De aanleiding of het incident
  • De onderliggende uitdaging
  • Het doel en de leervraag
Video 02

Input versus output

Ontdek het verschil tussen controleren op activiteiten en sturen op resultaat.

De theorie

Als leidinggevende stuur je vaak ongemerkt op input: wát medewerkers doen, hóé ze het doen en wanneer ze het doen.

Outputsturing draait om iets anders. Je spreekt vooraf af welk resultaat bereikt moet worden en aan welke criteria dat resultaat moet voldoen. Vervolgens geef je medewerkers ruimte om zelf invulling te geven aan de aanpak.

Outputsturing

Creëert eigenaarschap.

  • Zorg: Bij de overdracht weet elke collega hoe het met de cliënt gaat.
  • Gemeente: Inwoners krijgen binnen vijf werkdagen een helder antwoord.
  • Commercieel: Realiseer deze maand vijf nieuwe afspraken.

Jouw opdracht

Kijk naar jouw drie situaties uit video 1 en beantwoord per situatie: waar stuurde ik op input, waar stuurde ik op output, en wat zou er veranderen als ik meer op output zou sturen?

Situatie 1 Nog leeg
  • Waar stuurde ik op input?
  • Waar stuurde ik op output?
  • Wat zou er veranderen als ik meer op output zou sturen?

Input · output · wat verandert er

Situatie 2 Nog leeg
  • Waar stuurde ik op input?
  • Waar stuurde ik op output?
  • Wat zou er veranderen als ik meer op output zou sturen?
Situatie 3 Nog leeg
  • Waar stuurde ik op input?
  • Waar stuurde ik op output?
  • Wat zou er veranderen als ik meer op output zou sturen?
Video 03

Probleemstelling formuleren

Leer het verschil tussen symptomen, oorzaken en het echte probleem.

De theorie

Als leidinggevende spring je vaak direct naar oplossingen. Daardoor los je nogal eens het verkeerde probleem op.

Een goede probleemstelling beschrijft de huidige ongewenste situatie zonder direct een oorzaak of oplossing te benoemen.

Wel een probleemstelling

Een op de drie aanvragen van inwoners wordt later afgehandeld dan de termijn die we hebben afgesproken.

Focus eerst op wat er feitelijk gebeurt. Pas daarna ga je zoeken naar oplossingen.

Jouw opdracht

Kies één van jouw drie situaties en beschrijf die eerst feitelijk. Formuleer daarna één heldere probleemstelling.

Wat gebeurt er precies? Nog leeg

Alleen waarneembare feiten.

Wie heeft hier last van? Nog leeg
Welke negatieve gevolgen ontstaan hierdoor? Nog leeg

Beperk je tot de relevante gevolgen.

Jouw probleemstelling Nog leeg

Eén zin, zonder oorzaak of oplossing erin.

Video 04

SMART-doel formuleren

Verander jouw probleemstelling in een concreet en meetbaar doel.

De theorie

Een probleem vertelt wat je wilt voorkomen. Een doel vertelt wat je wilt bereiken.

Hoe concreter het doel, hoe makkelijker medewerkers kunnen bepalen of zij succesvol zijn.

Een SMART-doel is

  • Specifiek
  • Meetbaar
  • Actiegericht: met een werkwoord erin, zodat duidelijk is wat er gedaan wordt
  • Realistisch
  • Tijdsgebonden
SMART-doel

Eind 2027 wordt minstens 90% van de aanvragen van inwoners binnen de afgesproken termijn afgehandeld.

Jouw opdracht

Neem jouw probleemstelling uit video 3 en herschrijf die naar één SMART-doel.

Jouw SMART-doel Nog leeg

Controleer of een buitenstaander objectief kan vaststellen of het doel is bereikt.

Video 05

Criteria definiëren en autosanctie

Bepaal waaraan een goede oplossing moet voldoen en hoe je eigenaarschap versterkt.

De theorie

Een doel zegt wat je wilt bereiken. Criteria bepalen waaraan een goede oplossing moet voldoen.

Goede criteria geven richting zonder voor te schrijven hóé iemand moet werken.

Voorbeelden van criteria

  • Binnen budget.
  • Op tijd opgeleverd.
  • Voldoet aan kwaliteitsnormen.
  • Door betrokkenen gedragen.
  • Juridisch correct, bijvoorbeeld in lijn met de privacywetgeving.

Voeg vervolgens een autosanctie toe: een vooraf afgesproken consequentie wanneer niet aan een criterium wordt voldaan. Hierdoor ontstaat verantwoordelijkheid zonder voortdurende controle.

Voorbeeld: overdracht in een zorgteam
Probleem
Bij de overdracht tussen dag- en avonddienst ontbreekt regelmatig informatie over cliënten.
Doel
In het eerste halfjaar van 2027 is bij minstens 95% van de overdrachten de informatie over elke cliënt compleet.
Criteria
De overdracht kost niet meer dan een kwartier per dienst. Elke cliënt krijgt zijn zorg op het afgesproken moment. Het team kiest de werkwijze samen.
Autosanctie
Is een overdracht niet compleet, dan blijft de collega van de vorige dienst bereikbaar tot alle vragen beantwoord zijn.
Oplossing
Het team werkt met een vaste overdrachtslijst die het zelf heeft opgesteld.

Jouw opdracht

Beschrijf vijf criteria waaraan de oplossing van jouw probleem moet voldoen. Vul per criterium aan wat er automatisch gebeurt wanneer het niet wordt gehaald.

Criterium 1 en autosanctie Nog leeg
  • Waaraan moet de oplossing voldoen?
  • Wat gebeurt er automatisch wanneer dit criterium niet gehaald wordt?

Eerst het criterium, dan wat er automatisch gebeurt als het niet gehaald wordt.

Criterium 2 en autosanctie Nog leeg
  • Waaraan moet de oplossing voldoen?
  • Wat gebeurt er automatisch wanneer dit criterium niet gehaald wordt?
Criterium 3 en autosanctie Nog leeg
  • Waaraan moet de oplossing voldoen?
  • Wat gebeurt er automatisch wanneer dit criterium niet gehaald wordt?
Criterium 4 en autosanctie Nog leeg
  • Waaraan moet de oplossing voldoen?
  • Wat gebeurt er automatisch wanneer dit criterium niet gehaald wordt?
Criterium 5 en autosanctie Nog leeg
  • Waaraan moet de oplossing voldoen?
  • Wat gebeurt er automatisch wanneer dit criterium niet gehaald wordt?
Video 06

Controle versus vertrouwen

Ontdek welke leiderschapsstijl jij vandaag laat zien en welke leider je wilt zijn.

De theorie

Jij beweegt je als leidinggevende tussen twee uitersten.

Vertrouwen
  • Heldere verwachtingen scheppen
  • Eigenaarschap: je geeft zelf het goede voorbeeld en laat anderen de leiding nemen
  • Zelfstandigheid, en trots als dat werk gezien wordt

Geen van beide is altijd goed of fout. Een nieuwe collega in het wijkteam heeft vaak meer richting nodig. Een ervaren verpleegkundige of een specialist op de afdeling heeft meestal meer baat bij ruimte en verantwoordelijkheid.

De kunst van leiderschap is bewust kiezen hoeveel controle en hoeveel vertrouwen een situatie vraagt.

Jouw opdracht

Vul eerst de zelfscan in via de link onderaan deze pagina. Reflecteer daarna op de volgende vragen.

Waar geef ik momenteel veel controle? Nog leeg
Waar geef ik veel vertrouwen? Nog leeg
Welke situatie uit mijn praktijk vraagt om een andere balans? Nog leeg
Wat wil ik vanaf morgen anders doen als leider? Nog leeg
Nog twee stappen

Rond je voorbereiding af

Vul eerst de zelfscan in en stuur daarna je opdrachten van video 1 tot en met 6 naar ons. Zo kunnen we de praktijktraining afstemmen op jouw situaties.

Stap 1

Zelfscan

Twintig stellingen over controle en vertrouwen. Je ziet meteen hoe jij als leidinggevende controle en vertrouwen verdeelt. Neem de uitkomst mee naar de opdracht bij video 6.

Doe de zelfscan
Stap 2

Intake praktijktraining

Hier zet je je antwoorden uit de video's op een rij en stuur je ze naar ons. Hoe vollediger en concreter je ze invult, hoe beter we de praktijktraining kunnen afstemmen op wat jij in je werk tegenkomt.

Naar het intakeformulier

Jouw antwoorden

Je antwoorden worden alleen in de browser van dit apparaat bewaard en staan automatisch klaar in het intakeformulier. Werk je op een ander apparaat verder? Kopieer ze dan of bewaar ze als tekstbestand.

Download